Dierenspeciaalzaak Hondentrimsalon Janice - Sneek en Workum.

Home

E-mail

Diversen

Links

Nieuws

Aanbiedingen

Kies een onderwerp

  Aquarium

  Bestrijdingsmiddelen

Vijver 

Waterschildpadden 

Duiven 

  Goudvissen

Tropische vissen 

Winterartikelen 

Eenden

Dierenartsen
Geschiedenis
Vanaf November tot het einde van de winter kunt U bij ons terecht voor bijvoeding voor buitenvogels. De volgende artikelen zitten elke winter in ons assortiment.
Pindanetjes Eendengraan
Pindaslinger Strooivoer
Mezenbollen Kokosnoot
Mezenstangen Zonnepitten
Doppinda's Trosgierst
Honden
Katten
Trimsalon
Tropische vogels
Pluimvee
Knaagdieren
Hengelsport
Diversen

Links

Tips voor voederen in de winter

Een link naar de vogelbescherming.

Een vogel in nood

Link naar een pagina met adressen voor vogelopvang.

Het voeren van watervogels 
in HERFST EN WINTER.

Voer watervogels alleen in strenge winters. Begin daar pas mee als het echt winters weer wordt en er voor de dieren weinig zaden en insecten meer te vinden zijn. Ook zult u er aan het eind van de winter  mee moeten stoppen, bouw het langzaam af. Door het voeren tijdig te stoppen bewerkstelligt u dat in de parken overwinterende watervogels dan terugkeren naar hun oorspronkelijke territorium. En op die manier blijft er geen groter aantal eenden  zitten dan het jaar ervoor. Voert u door dan blijven de wintergasten zitten waar ze zitten. Stop tijdig met voeren want zo voorkomt u dus weer dat er eenden worden afgevangen.


In de winter, zo zult ook u hebben gemerkt, zitten in stads- en dorpsparken veel meer watervogels / eenden dan u gewend bent en dat heeft meerdere oorzaken. 

Zo worden bijvoorbeeld door de Eendenjacht van 15 augustus tot 1 februari in de buitengebieden veel watervogels verdreven die gedurende die open jachtperiode een veilige plek vinden in de bebouwde kom. Meer en gemakkelijker voedselaanbod speelt verder een rol en zo ook de winterse verbroedering die 's winters voor (water)vogels geldt. Met zijn allen is lekkerder warm en spaart energie, in een bebouwde kom is het minder guur dan in een buitengebied. 

Enkele wintervoederingtips:

Voer niet IN het water maar OP de oever om vervuiling van het water te voorkomen.Voer niet in de buurt van en niet IN wakken.Vermijd daardoor vastvriezen van watervogels Voer niet in de buurt van openbare wegen. Vermijd daardoor verkeersslachtoffers bij mens en dier. Voer niet steeds op eenzelfde plek maar schuif telkens een eindje op. Vermijd daardoor darminfecties bij de dieren. (Waar veel watervogels tegelijk zitten poepen er ook veel.) Voer niet in de wind tijdens vrieskou. Vochtige veren bevriezen in de koude wind sneller en de vogel raakt onderkoeld en zal sterven.Voer aan eenden, rallen en alken stukjes tot een maximum van 3cm. Voer geen beschimmeld, geen gekruid voedsel en geef beslist geen boter, vermijd  darmstoornissen en uitdroging van de vogels.

Bij extreem vriesweer deponeren wij steevast enkele balen stro waarop het wintervoer gestrooid wordt en waarop de watervogels  ook kunnen zitten. Dat moet gebeuren op een windvrije plek. Waar veel wind is en water bevriezen dieren eerder. Een voorbeeld: Water aan de bek  van een watervogel met daarop de ijzige wind kan het water om diens bek veranderen in een ijsklomp waardoor de watervogel dus als het ware een ijsklem om zijn snavel krijgt. Waaraan het dier zal sterven. 

Watervogels blijven door het stro ook langer gevrijwaard van bevriezing van tenen/poten. Dankbaar maken de dieren er gebruik van zoals u op bovenstaande foto kunt zien. Ook is een beetje stro plakken aan de randen van wakken bijzonder preventief, dat voorkomt namelijk dat de dieren met hun veren aan de randen van de wakken blijven plakken en doodvriezen.

 

VOGELS VOEREN IN DE WINTER

Vogels moeten onder alle weersomstandigheden hun kostje in de buitenlucht bij elkaar zien te scharrelen. Bij strenge vorst en sneeuw hebben de in ons land overwinterende vogels een dubbel probleem. Om hun lichaamstemperatuur op peil te houden hebben ze extra voedsel nodig. Maar de mogelijkheden om aan voedsel te komen zijn juist nu sterk beperkt.
Onder deze omstandigheden kunt u de vogels helpen door als goede gastvrouw of -heer voor bijvoedering te zorgen. Ook de tuin kan veel extra wintervoedsel voor de vogels leveren. Uw gastvrijheid wordt zeker gewaardeerd want vogels zijn dankbare gasten.

De Tuin

'Vogelvriendelijk tuinieren' is een natuurlijke manier om vogels de winter door te helpen. Met variatie in de beplanting, een vijver of drinkbak, een beschut hoekje van bijvoorbeeld stenen en een stukje wildernis is al snel een voedselrijk vogelparadijs gecreŽerd. Besdragende bomen en heesters en een wild appelboompje bieden een voedselreserve voor perioden met vorst en sneeuw, terwijl groenblijvende heesters ideaal zijn als beschutte slaapplaats. Ook bij het tuinonderhoud kan rekening worden gehouden met de wintergasten. Door wat minder te doen en wat meer te laten, vinden de vogels in herfst en winter meer voedsel in de tuin. Rottende bladeren op het gazon en onder de struiken bieden een uitstekende plaats aan allerlei bodemdiertjes.
Met dode takken en afgesnoeid hout kan een vogelparadijsje worden gemaakt door er een takkenhoop van te maken. Er komen allerlei insecten op af waar veel kleine vogels van profiteren en het is een uitstekende schuil- en slaapplaats. In het voorjaar bieden takkenbossen weer een ideale nestgelegenheid. Het is bijzonder 'vogelvriendelijk' om uitgebloeide bloemen en planten te laten staan. zodat vogels op de zaden en op de kleine insecten afkomen.

Barmsijzen en sijsjes zijn uiterst behendig bij het foerageren in de elzenbosjes, en weten goed raad met de gevallen elzenproppen op de grond.
Tijdens de naderende herfst bereiden de vogels zich al voor op de winterperiode. Met zaden en bessen die rijpen, proberen de vogels zo goed mogelijk hun vetreserves aan te vullen.

Voedertafels en voederhuisjes

Let er goed op dat de voederplekken onbereikbaar zijn voor katten. Voeren mag op bescheiden schaal vanaf november (bijv. zaden). Vogels wennen dan vast aan de plaats waar ze bij streng winterweer extra voedsel kunnen vinden.
Echt bijvoeren is pas echt nodig als het vriest. Stop geleidelijk met voeren als sneeuw en ijs verdwenen zijn. De vogels kunnen dan weer voor zichzelf zorgen. Vanaf maart dient definitief met bijvoedering gestopt te worden.

Het menu kunt u samenstellen aan de hand van de voederwijzer. Behalve voer op de voedertafel of in een voederhuisje kunt u ook vetbollen opgehangen. Mezen, maar ook mussen en spreeuwen zijn hier dol op. Ook ongebrande en ongezouten pinda's worden graag gegeten. Rijg ze aan een draad of doe ze in een netje. Verschillende soorten voedertafels en voederhuisjes zijn te koop bij de dierenspeciaalzaak of de winkel van Vogelbescherming Nederland.

Tips voor het voeren

Voeren mag op bescheiden schaal vanaf november (bijv. zaden), maar is pas echt nodig als het vriest. Stop geleidelijk met voeren als sneeuw en ijs verdwenen zijn. De vogels kunnen dan weer voor zichzelf zorgen. Vanaf maart dient definitief met bijvoedering gestopt te worden.Speciaal samengesteld wintervoer voor vogels is verkrijgbaar bij de winkel van Vogelbescherming Nederland en dierenspeciaalzaken. Voer niet teveel tegelijk en liefst 's morgens, na het aanbreken van de dag of tegen het einde van de middag. Overdadig voeren trekt muizen en ratten aan. Maak de voedertafel regelmatig schoon met heet water en een borstel. Dit voorkomt besmetting via de uitwerpselen en bacteriŽnČn (o.a. salmonella). Voer nooit in de tijd dat er jonge vogels zijn. Zij kunnen het voer meestal niet verteren en gaan er dood aan. Bovendien is het wintervoer te eenzijdig voor jonge vogels.

De onderstaande Voederwijzer geeft informatie over het voer dat voor de verschillende vogelsoorten geschikt is.

Merel, kramsvogel, koperwiek, zanglijster en spreeuw

Voerplaats: op de grond sneeuwvrij een open plek maar met een beschutte vluchtplaats in de buurt;

Voedsel: brood gewelde krenten en rozijnen kaaskorsten zonder plastic; rot fruit; fijngesneden schillen; klokhuizen, alle soorten bessen, etensresten (rijst, aardappels; zonder zout)

Koolmees, pimpelmees, kuifmees, zwarte mees en staartmees

Voerplaats: voedertafel voederhuisje

Voedsel: vetbollen, slingers ongebrande, ongezouten pinda's, halve kokosnoot, vogelzaad/zonnepitten

Huismus, ringmus, vink en groenling

Voerplaats: op de grond, evt. voedertafel

Voedsel: bruin brood, onkruidzaden, gemengd (strooi)zaad, etensresten (zonder zout), zonnepitten

Winterkoning, heggemus en roodborst

Voerplaats: op de grond sneeuwvrij zeer beschut onder heggen/struiken

Voedsel: universeelvoer, meelwormen broodkruimels, maden/larven, ongekookte havermout

Specht, boomklever en boomkruiper

voerplaats: vastgemaakt aan boomstam achterin de tuin, rustige plek

voedsel: spekzwoerd ongebrande, ongezouten pinda's/noten vetbollen zonnepitten kaaskorst zonder plastic.


Water

Bij sneeuw is het niet nodig voor water te zorgen. De vogels komen dan aan vocht door van de sneeuw te pikken. Als water in vijvers en sloten bevroren is, vergruis dan een paar ijsblokjes met een hamer en plaats het buiten in een bakje. Zorg dat water altijd zo is afgedekt (bijvoorbeeld met gaas) dat vogels er in de winter niet in kunnen baden (bevriezingsgevaar).

Let op!

Geef nooit voer waarin zout is verwerkt.

Voer nooit margarine (dat werkt laxerend!).

Geef kaasresten zonder korst.

Geef voedsel dat gemakkelijk bevriest, zoals appel, niet in klein gesneden stukjes maar als ťťn geheel.

Laat het voeren van roofvogels en uilen  over aan specialisten.

Zieke en verzwakte vogels kunt u het beste naar een vogelasiel in de buurt brengen.

Houd uw kat zoveel mogelijk binnenshuis. Bind een kat die toch af en toe buiten komt een belletje aan. Vogels worden zo gewaarschuwd voor dreigend gevaar.

Verstoor de vogels in het buitengebied niet. Verstoring kost ze onnodig veel energie.